Albanië staat al een tijdje op de radar van mensen die graag ergens naartoe gaan voordat de rest het ook ontdekt. En dat gevoel klopt nog steeds. Maar Albanië is groter dan alleen Ksamil, dat je van de foto's kent. Dit zijn de mooiste plekken in Albanië!
Tirana: begin hier, blijf langer dan je denkt
Veel reizigers behandelen Tirana als doorrijdstad. Dat is zonde. De Albanese hoofdstad heeft in de afgelopen tien jaar een enorme omslag gemaakt en is nu een van de levendigste en kleurrijkste steden van de Balkan.
De Piramide van Tirana is moeilijk te missen: een betonnen bouwwerk uit de communistische tijd, ooit gebouwd als monument voor dictator Enver Hoxha, inmiddels helemaal opgeknapt tot creatief centrum. Rondom het gebouw is de stad gekleurd en levendig. De wijk Blloku, vroeger het gesloten woongebied van de communistische elite, is nu het hart van de stad: vol kleine barretjes, koffietentjes en streetart. 's Avonds is het er druk en gezellig.
BunkArt 2 is een museum in een oude nucleaire bunker vlak bij het centrum. Je loopt letterlijk door de tunnels die de Albanese overheid aanlegde uit angst voor een aanval van buiten. Het is schrikbarend en fascinerend tegelijk. Plan er anderhalf uur voor.
Wie meer natuur wil: de kabelbaan Dajti Ekspres brengt je in een kwartier naar het nationale park boven de stad. Mooi uitzicht, schone lucht, een wandeling. Goed te combineren met een ochtend in de stad.
Berat: de stad van duizend ramen
Berat is een van de mooiste steden van Albanië. De witte Ottomaanse huizen liggen trapsgewijs tegen de heuvel, elk met rijen grote houten raamkozijnen die uitkijken over de rivier en de vallei. Vandaar de bijnaam. Het is zo'n stad die er op foto's al mooi uitziet, maar er in het echt nóg mooier uitziet.
Steek de Gorica-brug over de rivier Osum over en kijk dan terug. Dat uitzicht op de wijk Mangalem, met al die ramen en dat kalkwitte pleisterwerk, is een van de mooiste stadsgezichten die je in Europa tegenkomt.
Boven op de heuvel staat het kasteel van Berat. Dat is geen verlaten ruïne maar een bewoonde vesting: smalle straatjes, kleine kerkjes, huizen waar mensen gewoon wonen. Mensen hangen er de was op of zetten een kopje koffie buiten. Dat maakt het bijzonder. De entree kost een paar euro.
Berat ligt op zo'n anderhalf uur van Tirana en is goed te combineren in een rondreis richting het zuiden.
Gjirokaster: de stenen stad
Gjirokaster is heel anders dan Berat, maar minstens zo de moeite waard. Waar Berat wit en licht is, is Gjirokaster grijs en zwaar: smalle straten met kinderkopjes, huizen met donkere leistenen daken, en een kasteel dat hoog boven de stad uittorent als een soort vesting uit een oud verhaal.
De stad heeft een Ottomaans stadscentrum dat goed bewaard is gebleven. Loop de bazaar door, kijk in de kleine winkeltjes, ga een koffie drinken op een terrasje in de straatjes beneden. Het Skenduli-huis is een bezoek waard: een oud koopmanshuis dat nog haast precies zo is als toen het bewoond werd, en waar een nabestaande van de oorspronkelijke familie je rondleidt.
Het kasteel van Gjirokaster is groter dan het er van buiten uitziet. Binnen staan Tweede Wereldoorlogsvliegtuigen, liggen geconfisqueerd wapentuig en loop je door donkere gangen die uitkomen op een wijd uitzicht over de vallei. Zowel het kasteel als de stad staan op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
Vanuit Gjirokaster is het zo'n uur rijden naar Saranda en het zuiden van de kust.
De SH8: de mooiste kustweg van Albanië
De SH8 is de weg die de zuidelijke kust van Albanië verbindt, van Vlora tot aan Saranda. En de weg is zelf al een beleving. Hij slingert langs steile kliffen, door dennenbossen en langs bergpassen met uitzicht over de Ionische Zee. Na elke bocht zie je iets nieuws: een baai, een rotsformatie, een klein strandje dat je alleen bereikt via een pad dat van de weg afdaalt.
Neem de tijd voor deze rit. Stop bij de panoramapunten, rijd het pad naar Gjipe Beach af en loop de dertig minuten naar de baai die tussen twee kliffen verstopt zit. Het is rustig, het water is kristalhelder en er is een kleine strandbar. Zo ziet Albanië eruit als je bereid bent er iets meer moeite voor te doen dan gemiddeld.
Himara is een goed tussenstopje: een rustig kustplaatsje met een lang strand en een paar goede restaurants. Geen must-stop, maar fijn als rustpunt tijdens de rit.
Ksamil en de Albanese Riviera
Ksamil is inmiddels de bekendste plek aan de Albanese kust, en dat heeft het verdiend. Wit zand, kleine eilandjes op loopafstand in het water, een kleur blauw die je ook in de brochures van Griekenland en Kroatië ziet maar hier echt zo is. Het dorpje zelf groeit snel: er wordt gebouwd, er komen meer bars en hotels. In juli en augustus is het druk.
Wie rust zoekt, gaat er vroeg naartoe of kiest een van de kleinere baaien in de omgeving. Mirror Beach (Plazhi i Pasqyrave) is te bereiken via een onverharde weg en heeft een pracht van een baai die je vaak bijna voor jezelf hebt.
Saranda, de kuststad vlakbij Ksamil, is een goede uitvalsbasis voor het zuiden. Er is een goede boulevard, veel restaurants en bars, en je kunt er makkelijk een kamer vinden voor een normale prijs. De vismarkt 's ochtends vroeg is leuk om even bij te lopen.
Dhermi, verder naar het noorden langs de SH8, heeft een andere sfeer: iets jonger en levendiger, met strandfeesten in de zomer, maar overdag ook gewoon mooie stranden en een oud dorpskern hoger op de heuvel.
The Blue Eye
De Blue Eye, in het Albanees Syri i Kaltër, is een bron van diepblauw water midden in het groen. Het water borrelt omhoog vanuit de diepte en heeft een kleur die je niet verwacht: een intens kobaltblauw in het midden, met groenblauwe randen. De naam klopt precies.
Het ligt op een halfuur rijden van Saranda. Praktisch advies: kom vroeg. De Blue Eye staat op bijna iedere Albanië-gids en trekt in de zomer busloads toeristen. Voor tien uur 's ochtends is het rustig en kun je er nog gewoon bij. De entree is een paar honderd Lek, parkeren iets meer.
Het noorden: Koman-meer en de bergen
Het noorden van Albanië is een ander land. Hier zijn de Albanese Alpen: hoge toppen, diepe valleien, en paden die wandelaars uit heel Europa aantrekken. Als je alleen maar de kust en de steden doet, mis je dit deel volledig.
De tocht over het Koman-meer is een van de mooiste dingen die je in Albanië kunt doen. Een veerboot vaart tweeënhalf uur lang door een smal, diep stuwmeer dat omgeven wordt door bergen die recht uit het water omhoog lijken te stijgen. Het water is groen, de rotswanden zijn hoog en soms komt er een dorp in beeld dat alleen per boot bereikbaar is. Het klinkt overdreven, maar het is gewoon zo.
Vanuit het meer rijd je door naar de Valbona-vallei: groen, rustig en omgeven door bergen. De wandeling van Valbona naar Theth over een bergpas duurt een dag en geldt als een van de mooiste dagtochten van de Balkan. In Theth zelf is een waterval op loopafstand en een tweede Blue Eye, kleiner en minder bezocht dan die in het zuiden.
Het noorden vraagt meer planning dan het zuiden. De wegen zijn smaller, er zijn minder hotels en je hebt een auto nodig. Maar wie het doet, heeft daarna het gevoel dat hij een stuk Albanië heeft gezien dat de meeste reizigers nooit zullen kennen.
Krujë: de vergeten oud stad vlakbij Tirana
Krujë is een makkelijke dagtrip vanuit Tirana: dertig kilometer, minder dan een uur rijden. En toch missen de meeste reizigers het. Dat is een gemiste kans, want Krujë is een van de oudste en meest karaktervolle plaatsen van Albanië.
De oude bazaar van Krujë is vierhonderd jaar oud en verkoopt nog steeds spullen: tapijten, koper, borduurwerk. Ja, het zijn grotendeels souvenirs, maar de straat zelf is authentiek en sfeervol. Het kasteel bovenop de heuvel is gratis en biedt uitzicht over de omgeving tot aan de kust. Het verbindt Albanië met het verhaal van Skanderbeg, de nationale held die in de vijftiende eeuw de Ottomaanse opmars tijdelijk wist te stoppen. In Albanië kom je zijn naam en portret overal tegen. In Krujë begrijp je waarom.
Veelgestelde vragen over Albanië
Is Albanië veilig om naartoe te gaan?
Ja. Albanië geldt als een veilige bestemming voor toeristen. De mensen zijn gastvrij en bezoekers worden goed ontvangen. Zoals overal: let op je spullen in drukke gebieden en vermijd 's nachts onverlichte plekken buiten de steden. Er zijn geen specifieke reisadviezen voor Albanië die een normaal bezoek in de weg staan.
Heb je een auto nodig in Albanië?
Voor het zuiden (Berat, Gjirokaster, de kust) kom je een heel eind met een huurauto, maar sommige plekken zijn ook per bus of taxi bereikbaar vanuit Saranda of Tirana. Voor het noorden (Koman-meer, Theth, Valbona) is een auto vrijwel onmisbaar. De wegen zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd, maar reken op smalle bergwegen en let op de borden.
Wanneer ga je naar Albanië?
Mei en juni zijn ideaal: het is warm, de natuur is groen en het is nog niet druk. September is ook goed, zeker voor de kust. Juli en augustus zijn de drukste en warmste maanden. De stranden zijn vol, maar het weer is uitstekend. Het noorden is het mooist in het voorjaar, als de sneeuw van de bergpassen smelt en alles uitloopt.
Is Albanië goedkoop?
Ja, vergeleken met de meeste andere Europese landen is Albanië nog steeds een budgetvriendelijke bestemming. Een maaltijd in een lokaal restaurant kost vijf tot tien euro, een bier twee of drie euro. Hotels zijn betaalbaar, zeker buiten de drukste strandplaatsen. Ksamil in het hoogseizoen is een stuk duurder dan de rest van het land, maar nog steeds goedkoper dan vergelijkbare plekken in Griekenland of Kroatië.